Als aftrap van het nieuwe culturele seizoen organiseerde Kunsten’92 afgelopen zaterdag tijdens de Uitmarkt wederom het Paradisodebat. De fractiewoordvoerders cultuur uit de Tweede Kamer worden uitgenodigd om met ‘de culturele en creatieve sector’ (voorheen de kunst- en cultuursector) in gesprek te gaan over de toekomst van die sector. Voorafgaand aan het debat publiceerde Kunsten’92 het visiedocument met de titel Kunsten2030. Hieronder geef ik een aantal opmerkelijke zaken uit Kunsten2030 weer, in de hoop je te verleiden het hele document te lezen.
 

Kunsten2030: deltaplan

Tijdens de coronacrisis ging de sector langs diepe afgronden, maar werd ook het belang van kunst en cultuur voelbaar. Nu is het tijd om een einde te maken aan de uitholling waar de sector al sinds het schrikbewind van Halbe Zijlstra onder te lijden heeft. Kunsten2030 is op schrift gesteld om te gaan gelden als niets minder dan een deltaplan voor de sector. Het document is samengesteld op basis van gesprekken met experts van binnen en buiten de sector, en wil alle creatieven hoop en vertrouwen bieden voor de toekomst.

Dit doet zij door ons mee te nemen naar het jaar 2030. “Het jaar waarin Nederland de nieuwe invulling van cultuur en haar betekenis voor de samenleving heeft omarmd. De culturele en creatieve sector heeft een onmisbare rol bij het tackelen van grote vraagstukken van de tijd. Het belang van de sector staat niet meer ter discussie en draagt bij aan de ontwikkeling van de hele samenleving. Er heeft een transformatie plaatsgevonden van de beeldvorming over de sector, naar een sector met maatschappelijke, economische en politieke potentie die actief meebouwt aan de toekomst. De sector is gezond, toegankelijk en solidair en geniet het vertrouwen van de overheid, die haar ziet als partner. Het publiek ziet haar als rijke en onmisbare bron van inspiratie, ontspanning en zingeving.”

Gidsende principes

Kunsten2030 geeft ons zes gidsende principes mee waarmee we aan de slag moeten. Het fundament wordt gevormd door de erkenning vanuit de samenleving en de politiek dat de culturele en creatieve sector ertoe doet, dat ze relevant is voor de gehele maatschappij. Het publiek is niet langer alleen consument, maar wordt ook medemogelijkmaker, oftewel aandeelhouder van de kunst- en cultuursector. Cultuur is van iedereen, en de cultuursector neemt het voortouw in de deeleconomie: cultuurgebouwen mogen niet meer leeg staan, cultuurmiddelen zijn gezamenlijk bezit, 5% komt beschikbaar als speelruimte voor experiment.

Kunsten2030

Paradisodebat

Na het verschijnen van Kunsten2030 en het voorlopig nog utopische karakter van het daar geschetste 2030, maar ook met het besef dat er echt verandering noodzakelijk is, dat het zo niet langer kan, stelde het Paradisodebat teleur. 

Er waren veel mooie woorden. Zelfs VVD-woordvoerder Pim van Strien wilde de naam Halbe Zijlstra liefst niet meer horen. Het belang van de culturele en creatieve sector werd door alle aanwezige kamerleden (Pim van Strien, VVD; Salima Belhaj, D66; Mohammed Mohandis, PvdA; Marieke Koekkoek, Volt; Peter Kwint, SP) onderschreven. Dat dit belang moet worden uitgedragen door politici, ook door Rutte en de ministersploeg, werd vastgesteld. Het voorbeeld dat Angela Merkel gaf door in het begin van de coronacrisis haar steun voor de sector publiekelijk uit te spreken verdient navolging. De sector wordt in Nederland niet als belangrijk naar voren gebracht door de regering. Dat draagt niet bij aan draagvlak onder de bevolking. Dat de situatie op dat vlak in Duitsland anders is, is daar niet los van te zien.

Het woord vertrouwen, in de zin van ‘bouwen aan vertrouwen en wegnemen van wantrouwen’, was waarschijnlijk het meest gebruikte woord. Onderkend werd dat er keihard gewerkt moet worden aan het versterken van de sector, dat er door politici onderling en met de culturele- en creatieve sector moet worden samengewerkt. Alle aanwezigen waren vol respect voor elkaar. Slechts eenmaal, aan het eind van het debat was er vanuit de zaal een dissonant hoorbaar: “slaapverwekkend debat”.

Een aantal sprekers uit de sector die genodigd waren voor een statement, onderstreepten de urgentie en de noodzaak tot verandering. Dat werd door niemand tegengesproken, er werd instemmend geknikt. Het zal niet eenvoudig zijn om die verandering voor elkaar te boksen, daar is hard werken voor nodig. Samen voor het collectieve belang van een samenleving waarin het goed leven is. Samenwerken, ongehinderd door partijpolitieke hindernissen, ongehinderd door individuele belangen in de sector.

Sanne Wallis de Vries stelde de politici de vraag wat kunst en cultuur hen waard is. Alle politici waren het erover eens dat de waarde van cultuur tijdens de coronacrisis duidelijk is geworden. Er was zelfs instemming met het voorstel om de sector niet langer af te rekenen op louter getallen, maar om weer ruimte te geven om waarde toe te kennen aan doelstellingen op cultureel gebied.

Nu is het Paradisodebat natuurlijk niet de plek waar harde toezeggingen verwacht mogen worden, het hoogst haalbare is het bekrachtigen van een gezamenlijk doel, de erkenning van een gezamenlijk belang. Na het debat gaan de wegen uiteen in de hoop dat er daadkrachtig gewerkt wordt aan het verwezenlijken van de uitgesproken toekomstbeelden. Laten we elkaar het komende jaar scherp houden en aanspreken op ieders verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de broodnodige verandering. In het belang van het collectief, in het belang van de samenleving die we willen. In seizoen 22/23 zetten we de eerste stap op weg naar een heel mooi 2030. Dat wordt heel hard werken, veel vertrouwen hebben én geven, maar is ook hoopvol!

(Het debat werd afgesloten met een borrel, ik ben benieuwd wat daar allemaal nog gezegd is…)

Wil jij bijdragen aan het versterken van de kunst- en cultuursector?

Neem contact met mij op.