
Drie dagen, drie teams, drie locaties.
Van 6 t/m 8 juli voerden drie multidisciplinaire ontwerpteams ontwerpend onderzoek uit voor drie locaties in de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT). Het ontwerpatelier onderzocht gebiedsopgaven in gemeenten Gilze-Rijen, Loon op Zand of Breda, wat resulteerde in prikkelende visies.
Het ontwerpatelier Landschap Leisure Vestigingsklimaat werd georganiseerd door samenwerking met Kunstloc Brabant, als onderdeel van KunstUnlocked#5, in samenwerking met architectuurcentrum CAST, als onderdeel van het regionale programma Nieuwe Verbindingen.
Geschreven door Rens van de Plas
Foto: Sjors van Gils
Foto: Sjors van Gils
Foto: Sjors van Gils
Foto: Sjors van Gils
Foto: Joris Buijs
Foto: Sjors van Gils
Foto: Sjors van Gils
Na afloop van het ontwerpatelier presenteren de drie teams hun ontwerpen. In de zaal zijn onder andere professionals van gemeenten, vertegenwoordigers van de provincie en verschillende raadsleden aanwezig om op de door de ontwerpteams gevormde ideeën en het ontwerpend onderzoek te reageren. De perspectieven zijn absoluut niet in beton gegoten, maar werken wel goed als gespreksstarter.
De focus op landschap en leisure is zeker geen toevallige, legt programmamaker van CAST Sophie Stravens uit. ‘De regio kent natuurlijk grote iconen zoals de Efteling en de Beekse Bergen, maar ook grote landschappelijke parken zoals de Loonse en Drunense Duinen en het Van Gogh Nationaal Park. Maar ook de beekdalen die door het landschap meanderen en het groen wat langzaam de stad in komt heeft een landschappelijke en recreatieve waarde. Niet alleen voor toeristen, maar zeker ook voor inwoners. Er zijn verschillende opgaven in de regio binnen dit thema, daar wilden we graag ontwerpkracht op inzetten’, vertelt Stravens.
Netty van de Kamp, adviseur Kunst en Ruimte van Kunstloc Brabant benadrukt dat juist het wisselen van perspectieven, het bevragen van vanzelfsprekendheden en het verkennen van nieuwe mogelijkheden bij uitstek het vermogen is van kunstenaars en ontwerpers. ‘Daarom is het zo belangrijk om juist creatieve makers in te zetten bij maatschappelijke vraagstukken, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied. De wereld van kunst, cultuur en design dient te worden betrokken bij de grote transities. We moeten, kortom, onze werkwijze veranderen om tot verandering te komen, omdat we erin geloven dat de samenleving daar mooier, aangenamer, leefbaarder van wordt. Ontwerpend onderzoek is daar een hele goede methodiek voor omdat het een methode is waarbij leren en ontwerpen gecombineerd worden om complexe vraagstukken te begrijpen en oplossingen te ontwikkelen.’
Ontwerpend onderzoek is een goed instrument om het denken op te rekken, maar ook om de mogelijke vraag achter de vraag te ontdekken. Hebben beleidsmakers en ontwerpers wel de juiste opgaven geformuleerd? ‘De drie locaties Rijen, Loon op Zand en Breda zijn bewust gekozen: ze beogen een weerspiegeling te zijn van de variëteit aan opgaven rondom ‘leisure, landschap, vestigingsklimaat’ in deze regio. Veel opgaven rondom de vrijetijdseconomie spelen op meerdere plekken in de regio en de resultaten van het ontwerpatelier bieden dus ook inspiratie voor andere plekken in de provincie.’
De bijeenkomst KunstUnlocked #5 in november zal gaan over de inzet van ontwerpkracht bij de ruimtelijke opgaven in het buitengebied. Dit ontwerpatelier sluit daar dus naadloos bij aan.
Foto: Sjors van Gils
Rijen: Lappendeken van functies
Het ontwerpteam van architect Lous Hagg-Kleingeld, architect Sofie Wijting en senior consultant Roza Kooter onderzocht tijdens dit ontwerpatelier de groene rand rondom Rijen: meer specifiek Rijensbroek. ‘Maar wij vinden niet er een groen gebiedje naast Rijen ligt. Wij positioneren Rijen juist middenin het groen’, zegt Wijting. Vandaar de titel van hun voorstel: Rondom Rijen.
Eén van hun belangrijkste lessen kregen ze op de eerste dag van het ontwerpatelier, toen ze door het gebied heen reden. Een bewoner vertelde hen: ‘Er is hier niks en tegelijkertijd te veel om op te geven.’ De ontwerpers beseften dat het gebied tussen Rijen en Tilburg vooral in handen is van boeren en dat er weinig publieke functies zijn. Tegelijkertijd vrezen mensen hier voor versnippering. Hoe kunnen verstedelijking en landschapsontwikkeling elkaar versterken in plaats van uitsluiten? En hoe bewaak je dat de groene open ruimte vrijgehouden wordt?
De ontwerpers signaleerden harde overgangen. Tussen het groen en Tilburg vormt de Burgemeester Letschertweg een stevige barrière. De toevallige passant wordt door de navigatie vakkundig om het groen heen geleid. De huidige Rijense spoorzone en het vliegveld zijn blokken die maar moeilijk te verleggen zijn. Tegelijkertijd zagen de ontwerpers een krachtenveld in het gebied: een symbiose tussen natuur, inwoners en boeren. De laatste groep werd door de ontwerpers tot ‘landschappelijke ondernemers’ gedoopt. ‘De vraag is waar je de nadruk op legt als alle drie de krachten ruimte naar zich toetrekken’, zegt Wijting.
Poster "Rondom RIjen" - Ontwerpteam Rijen (Roza de Kooter, Sophie Wijting, Lous Hagg Kleingeld)
Het team besloot het natuurlijke perspectief verder uit te werken. ‘We hebben er een oude kaart bij gepakt. Toen zagen we dat het gebied vroeger uit een veelheid aan landschappen bestond’, legt Hagg-Kleingeld uit. ‘Bossen, zandgronden, kleine verkavelingen in allerlei richtingen, water. Als je de natuur als basis neemt, dan komt er in dit gebied wat ons betreft een moeraszone terug, breiden we het oerbos verder uit en versterken we de Groote en Kleine Leij in het gebied’, zegt ze.
Dat biedt ook kansen voor inwoners, die over prachtige fietspaden langs een gevarieerd landschap kunnen fietsen. Maar zij kunnen ook mede-eigenaar worden in het gebied, door het organiseren van evenementen voor de gemeenschap, zoals een jaarlijks maisdoolhof, of door als imker zorg te dragen voor de bijen in het gebied. Voor landschappelijke ondernemers vraagt het aanpassing, maar voor klimaatadaptieve boeren of boeren die de maakindustrie versterken is er alle ruimte in het nieuwe Rijensbroek. ‘Er zijn nu al kleine ingrepen die gedaan kunnen worden’, zegt Kooter. ‘De groenstructuren langs bestaande akkers kunnen al met bloemen worden ingezaaid, bestaande beken kunnen al worden versterkt. Nieuwe woningbouw aan de rand van het dorp moet zich naar het gebied toekeren, en door biobased te bouwen met lokaal verbouwde materialen kan er extra verbinding met het gebied ontstaan.’
Het ontwerpteam ziet kansen in een nieuw patchwork, waarin doorlopende natuurgebieden kunnen worden gerealiseerd en waar nieuwe vormen van boeren kunnen landen. Dat kan bijvoorbeeld door stukken grond in een grondbank te stoppen of door een gebiedscoöperatie op te zetten. Idealiter denkt iedereen nu al na over het financieringsmodel: niet alleen ondernemers en gemeente moeten om de tafel zitten, maar ook het Rijk, het waterschap, de provincie en verzekeringsmaatschappijen. ‘Misschien kun je in de toekomst wel bepaalde claims voorkomen omdat het gebied klimaatpositief is ingericht’, zegt Kooter.
Wethouder Corné Machielsen is een van de eersten die op de oefeningen van het ontwerpteam reageert. ‘We willen aan de slag met het gebied en deze presentatie biedt mooie haakjes. Er liggen nog veel kansen: voor boeren, voor aansluiting op Tilburg, maar ook voor aansluiting op Rijen’, zegt hij. Raadslid Bart van Enschot vult hem aan: ‘Ik denk dat we hier andere perspectieven te zien hebben gekregen dan we binnen onze beperkingen bedacht hebben. Natuurlijk hebben we vragen over de consequenties van bepaalde keuzes, maar er zijn een aantal hele goede suggesties gedaan.’
Sjoerd Borst van Natuur en Landschap Gilze Rijen reageert positief op de schetsen. ‘Ik ben er wel een voorstander van dat we herstellen wat er vijftig jaar geleden vernietigd is.’ Jan Janse, senior strateeg bij de ABG Gemeenten, is ook blij dat het ontwerpteam zich een aantal dagen in deze casus heeft vastgebeten. ‘Ik vind dat jullie hele wijze dingen hebben ontdekt. Je kunt een boer individueel ondersteunen om verder te komen, maar de kracht zit uiteindelijk in collectiviteit. Ook de natuur moet je collectief versterken. Het is een mooie eyeopener dat Rijen middenin het groen ligt: dat besef hebben we haast niet meer.’
Loon op Zand: Met de zandbus?
Het tweede ontwerpteam beet zich vast in nieuwe verbindingen voor leisure in de gemeente Loon op Zand. Hoe kan Loon op Zand aantrekkelijk blijven voor de bezoekers en hoe kan leisure bijdragen aan het welzijn van bewoners? ‘Wij focusten ons de afgelopen drie dagen niet op de huidige recreant, die heel efficiënt met de auto naar de Efteling komt en daarna weer weggaat. In plaats daarvan stellen we een nieuwe doelgroep voor: de landschapsgast’, vertelt ontwerper Billie van Katwijk. ‘Die komt met het openbaar vervoer of de fiets, is geïnteresseerd in de lokale verhalen, de natuur en het dorp. Die landschapsgast hoeft niet tien highlights af te vinken.’
De ontwerpers ontwaarden drie ruimtelijke lagen: netwerk, landschap en programma. De netwerklaag inspireert tot nieuwe routes voor de nieuwe landschapsgasten én de huidige bewoners van het gebied. ‘Deze netwerklaag helpt om de verschillende landschapstypen in de landschapslaag met elkaar te verbinden en toegankelijk te maken, van de duingebieden tot de heidegebieden en het ontginningslandschap daartussenin’, zegt landschapsontwerper Nancy Smolk. ‘Met de programmalaag activeren we verschillende plekken aan de routes. Kleinschalig, bijvoorbeeld een zitelement onder een monumentale boom, maar ook grootschalig, bij bestaande landmarks zoals het Witte Kasteel.’
Poster "Landschapsgenoten" - Ontwerpteam Loon op Zand (Nancy Smolka, Billie van Katwijk, Anna Kozera)
Op die manier blijven er ook toeristen plakken voor meerdaags toerisme, in plaats van de dagjesmensen die nu vooral komen. Wellicht heeft dat ook enige invloed op de filevorming. Het ontwerpteam stelt drie nieuwe routes voor met elk een eigen kwaliteit. ‘Een stilteroute voor wandelaars langs duin-, heide- en veenlandschap met misschien een elektrische zandbus door de duinen, een verhalenroute rondom de Loonse en Drunense Duinen en een verbindingsroute die er vooral om draait om lokale voorzieningen zoals zorg en onderwijs te verbinden met authentieke plekken van ambacht en geschiedenis.’
Die nieuwe routes zijn ook voor huidige bewoners relevant en bieden hen de gelegenheid hun eigen leefomgeving beter te ontdekken. Een radicaal voorstel: grote gebieden rondom de duinen worden autovrij gemaakt voor bezoekers. ‘We denken dat met het oplossen van het mobiliteitsvraagstuk ook gewerkt kan worden aan welzijnsontwikkeling en dat iedereen daarmee een gezonde en veerkrachtige leefomgeving krijgt’, zegt stedenbouwkundige Anna Kozera.
Een ambtenaar van de gemeente met de portefeuille economie zou er blij mee zijn als die ‘landschapsgast’ Loon op Zand vaker zou aandoen. ‘Ze zijn er wel, maar ze komen nog niet ons gebied in. Dus als zulke routes ook onze kernen aandoen, ben ik daar heel blij mee.’ Beleidsmedewerker ruimtelijke ordening Matthijs van Merwijk is ook te spreken over het voorstel. ‘We doen mee aan dit soort ateliers om een out-of-the-boxbenadering te krijgen. Wij dachten: we moeten de overlast bij de Efteling verminderen. Jullie draaien ’m om en creëren een nieuwe leisurewereld. Dat is ook iets waar we naar op zoek zijn.’
Het ontwerpteam wilde juist niet vanuit de Efteling beginnen. Maar is het dan wel goed om de rest van de natuur een intensievere functie te geven, vraagt iemand zich af in de zaal. Wat doet dat met de rust van de dieren? ‘Daar zouden we echt over in gesprek moeten’, denkt Van Katwijk. ‘Maar met het autovrije gebied, de elektrische bus en verschillende routes hopen we ook overlast die er nu rondom de natuur is, weg te nemen en de druk meer te verdelen.'
Breda: Belevingsplekken die de zintuigen prikkelen
Het derde ontwerpteam van visueel kunstenaar Melahat Manzouri, ruimtelijk ontwerper Lesia Topolnyk en landschapsarchitect Emmelie van Ommen ging met de Bredase casus aan de slag. Zij vroegen zich af: hoe kun je het rijke landschap rondom Breda meer de stad in brengen? Breda is een National Park City, het eerste in Nederland, maar hoe maak je dat beter beleefbaar? Zij kozen ervoor om de opdracht niet te fysiek te benaderen, maar vooral als een (e)motion landscape. Landschappen zijn er tenslotte om iets bij te voelen, is hun stelling.
‘We wilden vanuit het bekenlandschap in en rondom de stad het landschap door de stad uitkristalliseren, op zo’n manier als Vincent van Gogh zijn penseel vastnam en losse toetsen aanbracht op zijn doeken’, legt Van Ommen uit. ‘We hebben een creatief palet ontwikkeld voor verschillende belevingsplekken die de zintuigen kunnen prikkelen.’ Het team visualiseerde bijvoorbeeld een dwaaltuin, waarin je rond kunt dwalen, in je eentje op een bankje kunt gaan zitten of op een stoel plaats kunt nemen die je weer bij andere stoelen kunt aanschuiven.
Ze dachten na over een groene coconkamer om overprikkeling tegen te gaan, een overlevingsbrug waar je spanning kunt ervaren, een ren-je-rotpad om op de toppen van je kunnen te presteren. Een uitkijktoren, een springweide, een spiegelvijver: verschillende ingrepen kunnen ervoor zorgen dat mensen hun emoties beter kwijt kunnen of beter kunnen beleven. Het landschap moet speelser worden, denkt het ontwerpteam. Daarvoor moet ook het water verder de stad in: dat er rondom Breda zoveel beekstructuren liggen ervaar je in de stad op de singels na nauwelijks. ‘Met dat water kun je ook extra zintuigelijke belevingen toevoegen’, zegt Van Ommen.
Poster "(E)motion Landschap" - Ontwerpteam Breda (Lesia Topolnyk, Emmelie van Ommen, Melahat Manzouri)
De benadering vanuit emoties is een moedwillige, legt Topolnyk uit. ‘We zagen dat sommige delen van de stad zonder liefde zijn ontworpen. Daarom wilden we beginnen met ontwerpen vanuit hoe mensen de omgeving ervaren. Dat is echt belangrijk. Soms maak je een mooi ontwerp, maar past het niet op de plek. We willen architecten en bouwers uitnodigen om anders naar een plek te kijken. Hoe ervaar je het water? Hoe kun je een plek zó maken dat mensen opkijken van hun telefoon?’
Peter van Schie, als stedenbouwkundige betrokken bij de SRBT, is onder de indruk van de visualisaties. ‘Ik vind het heel knap dat jullie het lef hebben om het landschap op deze manier te presenteren. Van het landschap aanraken naar een landschap dat je raakt. Ik ben eigenlijk blij dat er geen technische kaart is, omdat dit ons uitnodigt om na te denken welke impact het landschap eigenlijk op mensen heeft. Het past ook goed bij denkwijze van Stad in een Park, de Bredase community die hier meer over nadenkt.’ Twan Tiebosch, directeur van Van Gogh Nationaal Park vindt de aanpak verfrissend: ‘Breda is bijna zelf een emotie, dat is mooi.’
Een soort revolutie
Eveline Visser van Studio 1:1 was de afgelopen dagen de ateliermeester. Zij blikt terug op drie inhoudelijk sterke dagen en bedankt de ontwerpers voor hun professionaliteit. ‘Soms gaat het niet om wat je kiest, maar om wat je er daarna mee doet. Het was interessant om te zien dat sommige mensen op hele andere dingen aangingen dan ik’, zegt Visser. We zien bij de provincie vaak een stapeling van beleidsdoelen en daar kun je je blind op staren’, zegt beleidsmedewerker erfgoed en ruimte Annélien van Kuilenburg van de provincie Noord-Brabant, die ook in de selectiecommissie zat. ‘Zo’n atelier werkt dan verfrissend.’
Socioloog Katja Nagelkerke van Het PON & Telos maakte ook onderdeel van de selectiecommissie uit. ‘Ik vind het mooi om te zien dat het bredere perspectief op mensen overal is meegenomen. Het derde team is zelfs een soort revolutie gestart’, zegt ze. Directeur van Kunstloc Brabant Mireille de Groot gunt elke gemeente een ontwerpatelier. ‘Ik weet hoe complex de opgaven zijn en dat je dan op deze manier verbeeldingskracht kunt inzetten, daar word ik heel enthousiast van.’
Wat leveren deze ontwerprichtingen op voor de Stedelijke Regio Breda-Tilburg? Een hele hoop inzichten, zegt Peter van Schie. ‘Door in Rijen ervoor te zorgen dat de bewoner zich in dat landschap herkent, wordt het veel minder kwetsbaar’, zegt hij. ‘In Loon op Zand wordt er in dit voorstel draagvlak gecreëerd voor de bewoners om welzijn te vinden in de eigen omgeving. En in Breda, de scheiding tussen het rationele en het emotionele denken die geslecht wordt, dat is natuurlijk waar ons vakgebied veel meer om vraagt.’
Het zou mooi zijn als ontwerpers vaker die harde scheidingen loslaten. ‘De mentaliteit van planologie die ging over fysieke scheiding moeten we ombuigen naar eentje van wederkerigheid en integratie’, besluit hij. Dit zijn daar sterke voorbeelden van.
Meer weten over de rol van ontwerpkracht bij maatschappelijke opgaven?
Neem contact met me op.