Ik herinner me het goed, het eerste persbericht van We Are Public, het cultuurlidmaatschap waarmee je voor €15 per maand onbeperkt naar geselecteerde voorstellingen, films, exposities en debatten gaat. Het was in het voorjaar van 2014. Ik herinner me ook dat ik boos was toen ik er achter kwam dat We Are Public alleen in Amsterdam gelanceerd zou worden. (Ik woonde in Nijmegen, werkte in Tilburg en kwam weliswaar regelmatig in Amsterdam, vaak voor voorstellingen, overigens, maar niet vaak genoeg om op dat moment lid te worden.) Ik wachtte slechts tot na de zomer - We Are Public had in Amsterdam eerst 2500 leden nodig voordat de cultuurpas er echt zou komen, en in juli was duidelijk dat deze er zou komen - met het maken van een afspraak met Bas Morsch, een van de oprichters van We Are Public. Ik, adviseur bij bkkc in mijn intendantenrol, sprak de wens uit We Are Public in Brabant te lanceren. Bas vertelde dat het alleen zou kunnen met een eenmalige investering. Ik zei dat er in Brabant impulsgelden beschikbaar waren; provinciale middelen die vernieuwing in de culturele sector moesten bewerkstelligen. Het was slechts een kennismaking, maar ergens zagen we het toen al zitten.

Het is nu juni 2017. We Are Public heeft de benodigde 2000 leden om van start te kunnen gaan in Brabant gehaald. Sterker nog, het zijn er inmiddels al meer dan 2200. Er is al meer dan 1500 keer gebruikgemaakt van de kaart. En het gaat nu pas echt beginnen. Ik ben er trots op dat het gelukt is. De rol van bkkc is voor een groot deel voor de buitenwereld onzichtbaar in dit soort trajecten. We dachten dat het goed was hier een keer iets over te zeggen. 

Enthousiasme kweken

Ik begon met het vertellen over We Are Public intern, bij bkkc. Sommige collega's waren sceptisch, anderen enthousiast. 'Als het echt werkt...' Een andere collega stelde: 'Oké, als dit succesvol wil worden, dan moet je het veld mee hebben.' Ondertussen bleef We Are Public niet onopgemerkt. Er werd over gesproken, er werd over geschreven en oprichters Bas Morsch en Leon Caren werden regelmatig uitgenodigd te komen spreken op bijeenkomsten. Zo ook op eentje van Cultuurmarketing.nl, waar mijn collega Eefje Sperber ook definitief enthousiast werd. We zochten eerst drie mensen uit het veld die we als mede-oprichters en ambassadeurs richting de rest van het veld konden inzetten. Van Angelique Spaninks (MU), Jan van der Putten (Verkadefabriek) en Martijn Ooststroom (Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch) wisten we dat ze enthousiast waren. We organiseerden samen met We Are Public een eerste bijeenkomst in de Verkadefabriek in Den Bosch. We checkten. Ja, het draagvlak was groot genoeg om door te gaan.

Impulsgelden aanvragen

Ondertussen werkten Bas en Leon aan een projectplan en een begroting om een aanvraag te kunnen doen voor een bijdrage uit het impulsgeldenprogramma. We pingpongden wat heen en weer over de hoogte van het aan te vragen bedrag, de bedrijfsvoering rondom het Brabantse We Are Public, het aantal beoogde leden om te kunnen starten en alles wat er bij zo'n (flinke) aanvraag zou kunnen komen kijken. Uiteindelijk pitchten Bas en Leon met succes in het voorjaar van 2016. Een van de belangrijkste opmerkingen van de jury was dat een deel van de financiering door gemeentes zou moeten worden opgehoest. Het lanceren van We Are Public in Brabant zou de organisaties en instellingen in de B5 tenslotte een boel opleveren, dat zouden gemeentes ook interessant moeten vinden, was de gedachte.

Draagvlak organiseren

Daarin trokken we weer samen op. Twee staan immers sterker dan één. We gingen alle gemeenten af. Sommige waren instant enthousiast en bereid om te investeren, bij andere kostte dat meer moeite. Bij eentje is het uiteindelijk ook niet gelukt, terwijl we alles geprobeerd hebben. Dat traject kostte tijd. Ondertussen organiseerden we ook bijeenkomsten voor het veld, per gemeente. Ook daar met wisselend succes, maar met groeiend draagvlak. Inmiddels zat Den Haag ons op de hielen. Heel graag had ik kunnen zeggen dat het uitbreiden van We Are Public als eerste in Brabant zou gebeuren, maar de organisatie in een provincie blijkt wat ingewikkelder dan de organisatie in één stad. Het was ook voor We Are Public beter om eerst uit te breiden naar een andere stad, dan in een keer naar een hele provincie. Den Haag als generale repetitie voor Brabant. 
 
En toen, bij een monitoringsgesprek tussen bkkc en We Are Public in februari 2017, kwam de verlossende datum. 'Het zal jou ook wel bevallen dat we op STRP willen lanceren', zei Bas. En ja, natuurlijk beviel mij dat! Ik geloofde zó in dit idee dat ik blij was het samen met We Are Public - en het veld, en het publiek, en de gemeentes, en mijn collegae - voor Brabant te kunnen realiseren.

Campagne voeren

Tot de start van en tijdens de campagne stonden we stand by om ad hoc input te kunnen leveren. Missen we nog iemand op het lijstje pers? Wie zou jij nog benaderen als ambassadeur? Welke bedrijven zullen we in Brabant benaderen voor het afnemen van passen? Af en toe belden we: 'Kunnen we nog iets voor jullie betekenen?' En steeds, ook toen het in het begin niet zo hard ging met de nieuwe leden, kregen we een enthousiaste organisatie aan de lijn. Ook als we kritisch waren. En het is gelukt. En hoe. 
 
We Are Public zorgt voor nieuw publiek voor avontuurlijk aanbod. Meer mensen op de been voor kunst en cultuur. De campagnecijfers bewijzen dat het werkt. Niet alleen uit de steden komen leden, maar ook uit omliggende gemeentes. Niet alleen binnen de eigen stad worden programma's bezocht, men blijkt wel degelijk te willen reizen. Ik geloofde in We Are Public. En ik geloof er nog steeds in. En gelukkig inmiddels nog veel meer mensen en culturele organisaties en instellingen. We Are Public gaat voort: meer mensen op de been voor kunst en cultuur. Dat kan alleen maar goed gaan.

Word lid van We Are Public

Meer weten over de mogelijkheden van impulsgelden voor collectieve publieksbenadering?

Neem contact met mij op.