I. Algemeen
Inleiding
Doel van deze subsidieparagraaf is om makers en culturele instellingen in staat te stellen zich te kunnen ontwikkelen op zakelijk en artistiek vlak. Op deze wijze kunnen zij voorzien in passend en inclusief aanbod. Deze paragraaf sluit aan bij het op 3 februari 2023 vastgestelde beleidskader Levendig Brabant 2030. In dat beleidskader en de daaruit voortkomende uitvoeringsagenda 2024-2027 zet de provincie in op passend en inclusief kunst- en cultuuraanbod. Het aanbod van de producten en diensten van cultuur, erfgoed, sport en vrijetijd sluit in 2030 aan op de behoeften van inwoners en bezoekers. Het aanbod draagt ertoe bij dat Brabant een aantrekkelijke en fijne plek is om te wonen en te werken, ook voor groepen die nu minder goed worden bereikt.
Staatssteun
De activiteiten onder paragraaf 7 zijn bedoeld voor individuele makers en culturele instellingen die over het algemeen genomen niet als een onderneming gezien kunnen worden omdat er geen economische activiteiten op een markt plaatsvinden. Bovendien hebben deze instellingen een regionale of provinciale functie, zodat sprake is van een puur lokaal karakter. Mocht derhalve op onderdelen toch sprake zijn van economische activiteiten, dan is er geen sprake van een beïnvloeding van het handelsverkeer tussen lidstaten, dan wel slechts zeer marginaal. Voor paragraaf 7 is derhalve geen sprake van staatssteun.
II. Artikelsgewijs
Artikel I
(Wijziging Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant)
Onder A (artikel 7.4 Subsidiabele activiteit)
Algemeen
Subsidie kan worden verstrekt voor één van de drie soorten projecten. Coachingstrajecten kunnen zijn gericht op artistieke profilering, zakelijke doorontwikkeling of zichtbaarheid en vindbaarheid.
Onder a: Artistieke profilering
Onder artistieke profilering verstaan Gedeputeerde Staten de manier waarop de maker zichzelf, het eigen werk, en de eigen creatieve identiteit vormgeeft en zich zichtbaar maakt voor de buitenwereld. Het helpt de maker om een band op te bouwen met een publiek en zijn positie in de kunstwereld te versterken.
Onder b: Zakelijke doorontwikkeling
De zakelijke doorontwikkeling zien Gedeputeerde Staten als een proces waarin een maker of instelling zichzelf verder ontwikkelt op zakelijk vlak om te groeien, gerichter te werken en nieuwe kansen te benutten. Een passende insteek daarbij vinden Gedeputeerde Staten het verbeteren van de bedrijfsvoering en realiseren van duurzame groei. Dit kan bijvoorbeeld door het toewerken naar een andere inkomensmix.
Onder c: Zichtbaarheid en vindbaarheid
Onder het versterken van de zichtbaarheid en vindbaarheid van de maker of culturele instelling verstaan Gedeputeerde Staten dat zij in staat zijn zichzelf, hun werk en activiteiten actief te promoten binnen de kunst- en cultuurwereld en daarbuiten. Dit proces draait dus om het vergroten van fysieke en online aanwezigheid. Hierdoor hebben publiek en potentiële klanten gemakkelijker toegang tot het werk, het aanbod en de creatieve identiteit van de maker of culturele instelling.
(artikel 7.5 Weigeringsgronden)
Onder b: twee gehonoreerde aanvragen
De subsidieaanvraag wordt geweigerd als de aanvrager binnen twee jaar al twee gehonoreerde aanvragen heeft voor een project als bedoeld in artikel 7.4, of met andere woorden, als de aanvrager al twee trajecten aan de hand van twee verschillende leervragen heeft doorlopen met subsidie uit deze paragraaf.
Onder c: stapelen cultuursubsidies
Het stapelen van cultuursubsidies is niet mogelijk. De subsidie wordt geweigerd indien een maker of culturele instelling bijvoorbeeld eerder subsidie heeft ontvangen voor hetzelfde project uit een van de andere paragrafen van de subsidieregeling Hedendaagse Cultuur.
Onder d: cursus of workshop
De subsidie wordt geweigerd indien de aanvraag ziet op kosten voor een cursus of workshop. Het versterken van het cultureel ondernemerschap vraagt maatwerk dat is toegespitst op de individuele situatie en leervraag van de aanvrager. Een duurzaam effect van een ontwikkeltraject is optimaal wanneer de specifieke expertise van de coach aansluit op de individuele concrete leervraag van de aanvrager.
Onder e: stapelen exploitatiesubsidies
Gedeputeerde Staten willen met deze weigeringsgrond voorkomen dat subsidieontvangers van een exploitatiesubsidie uit paragraaf 1 of 4 van deze regeling tevens voor deze paragraaf subsidie aanvragen.
(artikel 7.6 Vereisten)
Onderdeel f Curriculum vitae en offerte
Van de subsidieaanvrager wordt verlangd dat een curriculum vitae en een offerte van de in te schakelen expert of coach wordt overgelegd.
Het curriculum vitae is belangrijk omdat via deze weg meer informatie wordt gekregen over de kennis en achtergrond van de ingeschakelde coach. Op deze manier kan beoordeeld worden of de ingeschakelde coach inderdaad de geschikte persoon is om een bijdrage te leveren aan de door aanvrager geschetste leervraag.
Onder een op maat gemaakte onderbouwde offerte verstaan Gedeputeerde Staten een offerte die minimaal inzicht verschaft in de te verrichten acties en aanpak van de coach voor de specifieke leervraag van de aanvrager en die inzicht geeft in het beoogde eindresultaat. Tevens dient uit de offerte een onderbouwde specificatie van de duur van de coaching, de ureninzet en de kosten per uur te blijken. Uit de offerte dient ook duidelijk te blijken wat het totale begrote bedrag is dat aan subsidie wordt aangevraagd. De subsidieaanvrager dient voor de offerte gebruik te maken van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde format.
(artikel 7.7 Subsidiabele kosten)
Onder de subsidiabele kosten worden ook de eventuele reiskosten van de coach verstaan.