Zoek bijvoorbeeld naar een activiteit of pagina

Inleiding

Kunstloc Brabant schreef in samenwerking met Provincie Noord-Brabant, Brabants Landschap, Waterschap de Dommel, Staatsbosbeheer, Erfgoed Brabant, Van Gogh Nationaal Park, Gemeente Boxtel, Molenstichting Noord- Brabant en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Design Challenge WaterWerkt in het Dommeldal uit.

Eeuwenlang hebben watermolens invloed gehad op het beekdallandschap in Brabant. Door de mechanisering van het waterbeheer is het gebruik van en kennis over deze molens grotendeels verdwenen. 

Het beekdallandschap werd lange tijd gezien als een natuurlijk gevormd landschap, maar watermolens hebben veel invloed gehad op de ontwikkeling van het beekdal, de dorpen en steden. Ze bepaalden het landgebruik stroomopwaarts van de molen. Doordat veel molens zijn verdwenen en de bestaande vaak minder hoog stuwen, is die invloed op de meeste plaatsen verloren gegaan en daarmee ook de kennis over de werking van het watermolensysteem.

Met deze vraag gingen Kunstloc Brabant en partners voor deze wateruitdagingen op zoek naar visies en ontwerpen van duurzame oplossingen die tot de verbeelding spreken. De Design Challenge is opgezet om visies en ontwerpen te verzamelen die het vroegere watermanagement door middel van watermolens op een nieuwe, duurzame en creatieve manier weten te organiseren voor nu en voor toekomstige generaties. Visies met oog voor een klimaatadaptief landschap waarin natuur, landbouw, recreatie en erfgoed samenkomen. Het combineren van deze zaken vraag om de kracht van verbeelding, verbinding en een sterk verkennend en onderzoekend vermogen, de perfecte ingrediënten voor een uitdagende Design Challenge! Deze complexe uitdagingen (en kansen) zoals bovengenoemd bestaan echter niet alleen in het Dommeldal maar ook in andere regio’s. Met deze Design Challenge hopen Kunstloc Brabant en partners de meerwaarde van creatief en verbeeldend ontwerp te laten zien aan ook andere gemeenten, provincies, waterschappen, burgers en particuliere initiatieven. 

1.1 Context en ontwerpopgave

Het stroomgebied van de Dommel, dat zich uitstrekt van het Kempisch Hoogplateau tot aan ’s Hertogenbosch, vormt een eeuwenoud cultuurlandschap waarin natuurlijke dynamiek en menselijk gebruik altijd nauw met elkaar verbonden zijn geweest. De brede beekvallei met oude meanders, kwelstromen en vochtige graslanden is lange tijd gevormd door watermolens die met hun stuwen, kanalen en vloeivelden niet alleen energie leverden, maar ook het waterpeil reguleerden en nieuwe natuur creëerden. Nu deze molens grotendeels verdwenen zijn en het waterbeheer technischer is geworden, is veel van deze variatie verloren gegaan. De Dommel is dieper ingesneden, kwelwater verdwijnt te snel en vegetaties zijn soortenarm geworden. Dat kleinschalige, seizoensgebonden landgebruik nog slechts op enkele plekken herkenbaar is, benadrukt hoe sterk het landschap is veranderd.

Tegelijkertijd vraagt het veranderende klimaat om een robuust watersysteem dat zowel droogte als piekbuien kan opvangen. Het Dommeldal blijkt bovengemiddeld droogtegevoelig, terwijl de stedelijke groei rond Eindhoven en omliggende gemeenten de druk op het gebied vergroot. Toch biedt dit juist kansen om oude inzichten opnieuw te benutten. Kennis over watermolens, kwelstromen, beemden en historisch peilbeheer kan richting geven aan hedendaagse oplossingen waarin water vasthouden, biodiversiteit versterken en recreatie samengaan. In drie gebiedsprojecten wordt gewerkt aan het herstellen van waterconservering en -berging in zo’n 300 tot 400 hectare beeklandschap. Door flexibel peilbeheer kunnen nattere molenlandschappen ontstaan die in natte perioden water bergen en in droge tijden verdroging tegengaan, terwijl zij tegelijkertijd bijdragen aan verkoeling in een meer verstedelijkte omgeving.

Het Dommeldal kent een lange traditie waarin landbouw, handel, waterbeheer en nederzettingen zich ontwikkelden langs de stroom van de beek. De meer dan dertig historische molens, hun biotopen en kunstwerken bepaalden eeuwenlang de structuur van het landschap, maar zijn nu grotendeels verdwenen. De vraag is hoe hun erfgoed opnieuw zichtbaar en betekenisvol kan worden binnen een toekomstbestendige inrichting van het gebied tussen Son en Boxtel, waar de Dommel overgaat van een ingesneden dal naar een opener landschap. Hier ligt een kansrijk voorbeeldgebied waarin natuur, landbouw en recreatie opnieuw met elkaar verweven kunnen raken op basis van de lessen uit het verleden.

Daarom nodigden we ontwerpers, ingenieurs, landschapsarchitecten en vice versa uit om met verbeeldingskracht nieuwe perspectieven te ontwikkelen voor een klimaatrobuust Dommeldal. Oplossingen moeten watertekort én wateroverlast kunnen opvangen, ecologische waarden stapelen, natuurbeleving vergroten en het rijke erfgoed opnieuw zichtbaar maken. Met het verleden als inspiratiebron kan het Dommeldal uitgroeien tot een landschap dat beleidsmakers en bewoners motiveert én model staat voor vergelijkbare beken in Brabant en daarbuiten.

1.2 Samenstelling jury, selectie en selectiecriteria

De onafhankelijke en deskundige jury bestaat uit: 

Voorzitter Floris Alkemade (architect, voorheen Rijksbouwmeester), Jacob Knegtel (adviseur Erfgoed & Water Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), Mado Ruijs (bestuurslid Waterschap de Dommel), Liselot Cobelens (beeldend kunstenaar), Shera van den Wittenboer (adviseur landschap en erfgoed bij CRa, bestuurslid NVTL), Twan Tiebosch (directeur Van Gogh Nationaal Park).

De jury werd bij de beraadslaging ondersteund door:

Jan Janse, landschapsarchitect en landschapsecoloog, werkte bij Staatsbosbeheer als landschapsarchitect en erfgoed specialist en is nu senior strateeg duurzame gebiedsontwikkeling bij de ABG-gemeenten.

Hermelinde van Xanten en Netty van de Kamp, adviseurs Kunst & Ruimte Kunstloc Brabant. 

De jury heeft alle aanmeldingen ontvangen en is gevraagd hieruit 5 teams te selecteren die worden uitgenodigd deel te nemen, op basis van vooraf vastgestelde criteria. 

De selectiecriteria zijn: 

  • Kwaliteit en multidisciplinaire samenstelling van het team 
  • Verbeeldingskracht en onderzoekend karakter van het portfolio
  • Overtuigingskracht van de motivatie om deel te nemen en van de visie op de opgave. 

Daarnaast is er gestreefd naar diversiteit tussen de verschillende teams: 

Op 2 maart 2026 vond de jurybijeenkomst plaats en is op basis van de criteria een afweging gemaakt tussen de inzendingen. Er zijn uiteindelijk 5 teams geselecteerd. In de uitvraag is vooraf gecommuniceerd dat over de onafhankelijke selectie van de jury niet kan worden gecorrespondeerd.

2. Procedure

2.1 Aanmelden teams en documenten 

Professionals als kunstenaars, (landschaps)architecten, ontwerpers, makers, waterbouwkundigen, ecologen en erfgoeddeskundigen konden zich in multidisciplinair teamverband aanmelden. Elk team bestaat uit 2 tot maximaal 5 personen, die elkaar qua expertise aanvullen zodat het goed mogelijk is tot een uitwerking te komen van de visie. Teams konden zich t/m 19 februari 2026 23.59 uur aanmelden. De aanmelding bestond uit twee documenten: 

1.      Een Word/pdf-document met daarin: 

·       De naam van de contactpersoon/hoofdverantwoordelijke van het team + emailadres + telefoonnummer 

·       Namen van de deelnemers binnen het team, leeftijd, aantal jaren relevante werkervaring en functieomschrijving per persoon binnen deze challenge (maximaal 50 woorden per persoon) 

·       Een motivatie van maximaal 400 woorden waarin de affiniteit, ervaring en een visie op het onderwerp van deze design challenge wordt toegelicht. En wordt aangegeven hoe de omgeving wordt betrokken. Er wordt binnen deze visie niet gevraagd naar ontwerpoplossingen voor deze challenge.

2.      Een pdf-document met een beknopt portfolio (maximaal 2 x A3 met twee tot vijf relevante projecten in beeld én korte tekst, let daarbij op de leesbaarheid).

In totaal zijn er 35 inschrijvingen ingezonden, een geweldige oogst. Deze inzendingen zijn getoetst op de inzendingsvoorwaarden met betrekking tot de opgave, in te zenden stukken en administratie. Alle 35 inschrijvingen voldeden aan de eisen, zijn voorgelegd aan de jury en inhoudelijk beoordeeld. 

2.2 Procedure selectie 

In de voorbereiding selecteerde ieder jurylid tot 10 favoriete teams uit de reeks van aanmeldingen op basis van scores op de drie criteria. Vanuit deze eerste selectie is het gesprek gevoerd over de voorgeselecteerde teams. Elk jurylid kon daarbij een toelichting geven en mede juryleden wijzen op details of elementen die bijzonder opvielen. Tevens kreeg elk jurylid de mogelijkheid om ten alle tijden van mening en/of standpunt te veranderen en een zogenaamde ‘favoriet’ in te zetten. Partijdigheid werd onmogelijk gemaakt doordat juryleden die teams of individuen kenden zich onthielden van stemmingen over die specifieke teams. 

Uitslag

Voorafgaand aan de beoordeling van alle inzendingen hebben de juryleden tijdens de start van de bijeenkomst diverse algemene eerste observaties gedeeld. 

De jury was onder de indruk van het grote aantal inzendingen en de creativiteit die eruit sprak. De diversiteit aan invalshoeken viel meteen op: van systeembenaderingen en ecologische perspectieven tot technologische ideeën, sociale concepten en vormen van publieksparticipatie. Veel teams brachten natuur en waterbeheer op vernieuwende manieren samen en wisten het gebied en zijn bewoners op een inspirerende wijze te betrekken in hun visie. Er werd met waardering gesproken over de sterke inzet op taal en beeld, de verrassende verbeeldingskracht en de bevlogenheid waarmee deelnemers het Dommeldal als levend systeem benaderden. Ook praktische, uitvoeringsgerichte inzendingen werden gezien als waardevol door hun duidelijke doenersmentaliteit en hun directe toepasbaarheid in het landschap. De variatie tussen de plannen liet zien hoe rijk het veld aan ideeën is en hoe breed gedacht wordt over de toekomst van het gebied. De jury prees de veelzijdigheid, de inventiviteit en de diepe betrokkenheid bij het landschap die in alle inzendingen voelbaar was, en begon na deze eerste indrukken met veel enthousiasme aan de beoordeling.

Ronde 1: De jury heeft een shortlist gemaakt van maximaal 10 per jurylid. De inschrijvingen met 0 stemmen werden niet besproken (totaal 7) De inschrijvingen met 1 stem (totaal 7) werden doorgenomen. Aan de hand hiervan werden 14 inzendingen geëlimineerd, en gingen er 21 door naar de volgende ronde.

Ronde 2: Vervolgens werden de inzendingen die door twee juryleden goed zijn beoordeeld doorgenomen (totaal 11). Hieruit zijn 9 inzendingen geëlimineerd, waardoor er 16 inzendingen doorgingen naar ronde 3.

Ronde 3: In deze ronde werden de inzendingen die door drie of meer juryleden goed zijn beoordeeld doorgenomen. Uiteindelijk gingen 9 inzendingen door naar de vierde ronde.

Ronde 4: In deze ronde werden de inzendingen met 4 tot 6 stemmen beoordeeld op de criteria. Daarnaast is bij selectie ook gekeken naar diversiteit in de motivatie en visie van de teams, het onderzoekend en verkennend karakter van het portfolio, naar diversiteit op basis van ervaring, leeftijd, samenstelling van het team en portfolio. Het eindoordeel werd genomen door middel van stemming die volgde op een levendige en betrokken discussie.

Onderstaand de vijf geselecteerde teams en hun samenstelling (in willekeurige volgorde met als teamleider ieders contactpersoon): 

  1. Van kralenketting naar collier – Jasper Hugtenburg
  2. Stem van de kwabaal – Alwin de Lang
  3. Inscape & Fraaijeboel – Willie Vogel
  4. LAOS - Quiryn Kaasschieter
  5. Werkstatt Martens & Visser en Gijs Meijer - Raoul Vleugels

3. Juryoordeel van de 5 geselecteerde teams (in willekeurige volgorde) 

1.      Van kralenketting naar collier – Jasper Hugtenburg

Een enorm kundig team met inzet van zowel landschapseconomische systeemkennis als cultuurhistorisch onderzoek. Ook hebben de teamleden ervaring met projecten die volgens de jury relevant zijn voor de huidige casus. Uit de motivatie en referentieprojecten blijkt duidelijk dat dit team de werking van het Dommeldal in de vingers heeft en het spanningsveld en synergie begrijpt tussen het natuurlijke systeem en de cultuurhistorische laag. De focus op gemeint belooft volgens de jury interessante uitkomsten.

2.      Stem van de kwabaal – Alwin de Lang

Een erg ervaren team met een mix van verschillende disciplines. Ook de aangeleverde projecten zijn relevant. Daarnaast prijst de jury de goed doordachte motivatie met creatieve invalshoeken. Veel oog voor de ecologie van het landschap. De inzet van de kwabaal als ambassadeur die symbool staat voor alle levende organismen van het Dommeldal is verrassend en kan leiden tot het weer zichtbaar maken van de erfgoedwaarde van watermolens. Daarnaast is er veel oog voor de ecologie van het landschap.

3.      Inscape & Fraaijeboel – Willie Vogel

Een interessante samenwerking van een jong team dat veel belooft. De focus ligt op het ophalen van verschillende perspectieven (mens en niet-mens) en op participatie. Een positief punt van deze inzending vond de jury de grote mate van verbeeldingskracht die terugkwam. Ook worden de interessante methoden die het team voorstelt gewaardeerd en wordt het voorstel eigentijds en realistisch genoemd.  

4.      LAOS – Quirijn Kaasschieter

De jury noemt dit team rijk en multidisciplinair, waar systeemkennis en ontwerpkwaliteit sterk vertegenwoordigd is, evenals social design en participatie. Dit is ook terug te zien in het gedegen en diverse portfolio. De visie met watermolenbiotoop als uitgangspunt is verassend én helder. De jury zegt dat het ontwerpen aan en ontwerpprincipes genereren voor watermolenbiotopen van grote waarde kan zijn voor het Dommeldal en inspiratie bieden dan wel de dialoog helpen voeren om dingen in gang te zetten. Zo werken ze vanuit schijnbare tegenstellingen.

5.      Werkstatt Martens & Visser en Gijs Meijer - Raoul Vleugels

De jury prijst het vermogen om met maar drie teamleden zo’n breed pallet aan kennis in één team samen te brengen. De inzending wordt spannend en prikkelend genoemd en goed aansluitend bij de vraag van de opgave. Dit team combineert systeemanalyse met beleving en dat wordt als een groot pluspunt gezien. Een mooie mix waarvan grote dingen worden verwacht.

4. Hoe nu verder? 

4.1 Planning 

Het ontwerpproces dient gepland te worden rondom de door Kunstloc Brabant gefaciliteerde expertmeetings en vóór de deadline voor het aanleveren van de ontwerpresultaten op 16 augustus 2026. Het ontwerpend onderzoek resulteert in een conceptueel ontwerp per team. Dit ontwerp bestaat in hoofdzaak uit inspirerende beelden, die ondersteund worden door een korte tekst. Met het presentatiemateriaal moet het idee/ verhaal duidelijk worden verteld en verbeeld. 

4.2 Twee expertmeetings 

Om het ontwerpproces van de geselecteerde teams zo goed mogelijk te ondersteunen, worden twee inspirerende expertmeetings georganiseerd (op 25 maart en 1 april) op locatie, waarin professionals uit het veld een inhoudelijke presentatie geven. Daarnaast zijn de experts beschikbaar voor het beantwoorden van vragen van de ontwerpteams (voor zover naar hun vermogen). Van maart t/m juli kunnen experts geraadpleegd worden.   
In mei, gaandeweg het ontwerptraject, wordt een ontmoeting georganiseerd tussen de juryleden en de teams. Waarbij de jury (of een aantal leden daarvan) kan reflecteren op de ontwerpstappen die de teams tot dan toe hebben gezet. Deze stap is niet omschreven in de uitvraag, en daarmee dus facultatief. De invulling van de bijeenkomst zal mede op basis van input van de teams, verder worden vormgeven.   
Half augustus zullen de uiteindelijke ontwerpen klaar zijn. 

4.3 Expositie en dialoogsessie tijdens Dutch Design Week - en verder 

Tijdens de Dutch Design Week 2026 (17-25 oktober) in Eindhoven worden de ontwerpen van de 5 teams getoond in een expositie. Daarbij wordt een dialoogsessie georganiseerd waarbij de ontwerpers, partners in de challenge, stakeholders en geïnteresseerden reflecteren op de ontwerpen en deze toetsen op innovatie, toepasbaarheid en de inspiratiekracht voor andere locaties in Nederland (of daarbuiten). De presentatie op de Dutch Design Week is de eerste stap in de uitrol van deze design challenge. Komende tijd worden aanvullende mogelijkheden onderzocht om de ontwerpen een podium te geven binnen gemeenten, provincies, waterschappen en rijksdiensten en de ontwerpwereld.