Zoek bijvoorbeeld naar een activiteit of pagina

Op iedere school wordt wel eens een film vertoond. Bijvoorbeeld als vermaak aan het einde van het schooljaar. Maar film kan veel meer zijn dan alleen entertainment en juist een waardevolle aanvulling vormen op de lesstof. Dan is het wel belangrijk dat de film aansluit op het onderwijs. Hoe je daarvoor zorgt en als filmmaker jouw film in de klas brengt, lees je in dit artikel.

Geschreven door Pleuni van Keulen

Vroeg beginnen

Joni Cousins is projectleider bij Filmhub Zuid. Zij vertelt met wat voor vragen filmmakers bij haar komen. Joni: “Regelmatig hoor ik: hoe krijg ik mijn film in de klas? Maar die film is dan al af. En mist vaak de aansluiting met bijvoorbeeld de leerdoelen, het lesprogramma, en de belevingswereld van de doelgroep.” Nu is een film voor het onderwijs maken misschien niet je hoofddoel, maar het kan wel een mooie manier zijn om een jong publiek te bereiken. Joni: “Als je daarin geinteresseerd bent, adviseren wij om over die aansluiting al in de preproductie na te denken. En kom je er niet uit? Neem dan voor de mogelijkheden eens contact op met Netwerk Filmeducatie.” 

Relevante vorm en inhoud

Joni geeft een voorbeeld van een film die heel goed werkt. “Munya in mij van Mascha Halberstad is uit 2013, en doet het nog steeds heel goed. Deze stop-motionfilm gaat over een meisje dat gepest wordt vanwege haar gewicht. Zowel qua vorm als inhoud zitten er raakvlakken met het onderwijs. Want stopmotion is een interessante techniek om bijvoorbeeld te bespreken bij een vak als beeldende vorming. En pesten is natuurlijk superrelevant bij kinderen en jongeren. Ook de lengte van 25 minuten is goed voor de doelgroep. Zo scoort deze film op allerlei fronten.”

Release van film en lesmateriaal

Ruud Lenssen vertelt als documentairemaker graag universele verhalen, verbeeld door de ervaringen van echte mensen. Zijn films belanden regelmatig voor de klas. Hij vertelt: “Ik heb in dat geval vaak tijdens het filmproces contact met het onderwijs. Dan kun je voor de uitbreng nadenken over het ontwikkelen van lesmateriaal. Dat lesmateriaal ontwikkel ik niet zelf, daarvoor werk ik samen met professionals. Idealiter gaan dan zowel de release van de film als het maken van lesmateriaal hand in hand.” Joni voegt toe: “Voor het ontwikkelen van lesmateriaal kun je terecht bij Netwerk Filmeducatie. Daarvoor zijn namelijk didactische vaardigheden nodig. Je kunt wel zelf met vooronderzoek bekijken hoe je film aansluit, zoals Ruud ook doet. Het is bijvoorbeeld waardevol om tijdens de productie met een docent te overleggen. En doe een vroege screening met leraren of leerlingen, om te kijken wat wel bij de doelgroep aansluit en wat niet. De Filmhub kan je helpen met het vinden van geschikte leraren en klassen.” 

Meerwaarde voor de maker – financieel en impact

Een van de belangrijkste redenen voor Ruud om documentaires te maken, is omdat hij graag maatschappelijke thema’s belicht en daarbij impact wil maken. Ruud vertelt over het inzicht dat hij krijgt in de belevingswereld van een jongere doelgroep: “Dat vind ik zo mooi aan het vertonen van mijn films aan het onderwijs. Door zelf aanwezig te zijn bij de viewings, leer ik hoe die doelgroep kijkt naar film. Dat is soms anders dan ik verwacht.” Nuttige inzichten dus voor een eventuele nieuwe film en directe feedback over de impact die zijn films maken. Los daarvan zijn er ook financiële mogelijkheden, zegt hij. “Voor vertoningen in de klas met een nagesprek krijg ik vaak een prima vergoeding. Bij vertoningen voor onderwijs in een lokaal filmhuis of bioscoop krijg je ook via ticketverkoop een vergoeding. Meestal de helft van de ticketprijs voor een schoolvoorstelling, ongeveer 5 à 6 euro. Maar dan moet je wel als onafhankelijk producent de filmrechten in eigen beheer hebben.” Mogelijk bijkomend voordeel: heeft een film het goed gedaan in het onderwijs, dan kan die maatschappelijke relevantie helpen bij een toekomstige subsidieaanvraag.

3 tips om jouw film in de klas te krijgen

Naast vroeg contact met scholen biedt Netwerk Filmeducatie een aantal richtlijnen waarop je vooraf kunt letten. We lichten er 3 uit:

  1. Lengte
    Een lesuur heeft een bepaalde lengte en roosters zijn vol. Het is dan handig als je film niet te lang is en in ieder geval binnen een uur past. Bovendien is de aandachtsspanne van een jonge kijker vrij beperkt en leidt een groep elkaar makkelijk af. Korte films zijn dus heel geschikt. 
     
  2. Doelgroep
    Richt je op de jonge kijker op de basisschool of in het voortgezet onderwijs. Kinderen en jongeren willen iets zien dat past bij hun leefwereld, iemand waarin ze zich kunnen verplaatsen. Houd hierbij rekening met de Kijkwijzer en het taalgebruik.
     
  3. Thematiek
    Kijk naar maatschappelijke thema’s die scholen behandelen. In welke vakken geven ze les, en welke haakjes kun je daarin vinden voor jouw film? Bekijk ook eens de website van een school en hun kerndoelen. Of op SLO, het landelijk expertisecentrum voor het curriculum. Wie weet vind je daar aansluiting. 

 

Voor inspiratie en voorbeelden bekijk je de database van Filmhub. Hierin vind je alle films die aansluiten op het onderwijs. Wil je overleggen hoe je jouw film in de klas krijgt? Neem dan contact op met Netwerk Filmeducatie of met Niekie Khaled, adviseur Kunstloc, Impact, Film & AV.

Lokale intermediair cultuureducatie

Wil je als filmmaker contact leggen met een school? Doe dit dan niet rechtstreeks, maar benader een lokale intermediair cultuureducatie. Zij kennen de scholen in hun gemeente het beste en kunnen je helpen om jouw kunst te verbinden met het onderwijs. In Noord-Brabant heeft iedere gemeente een intermediair. Kunstloc verzorgt scholing en kennisdeling voor hen. 

Netwerk lokale intermediairs

Heb je vragen?

Neem dan gerust contact met me op.