Sinds 2013 organiseren we jaarlijks onze Werkconferentie Amateurkunst. In die zes jaar tijd – al zeggen we het zelf – passeerden er nogal wat mooie, bijzondere, inspirerende en opvallende sprekers de revue. Tijdens de achtste editie van de werkconferentie, die plaatsvond op 28 november, nodigden we dan ook het neusje van de zalm nog ‘n keer uit. Een ‘The best of’ op het gebied van amateurkunst, dus!

Bijna honderd bestuurders, directeuren en kunstdocenten verzamelden zich in de Tilburgse LocHal. Al bij de start bewees de conferentie zich opnieuw als een echt netwerkevent: collega’s uit verschillende steden en van een veelheid aan organisaties zochten elkaar op om bij te praten.

geschreven door: Iris van den Boezem

Creativiteit voor de toekomst

Voor de officiële opening namen deelnemers plaats in de imposante Glazen Zaal, waar dagvoorzitter Maxim van Someren het publiek flink opwarmde. Na het optreden van de jonge danstalenten Givano en Mayte – van dansschool The HipHop Factory – liet hij het publiek een paar moves meedoen. Dansschoolhouder Curtley Mooring vertelde daarna over zijn doel met de dansschool:

"Je kunt nu nog niet voorspellen hoe de toekomst voor kinderen eruit ziet. Twintig jaar geleden konden we ons bijvoorbeeld nog niet eens voorstellen dat er een beroep als influencer zou bestaan. Maar we moeten onze kids wél zo goed en breed mogelijk op die toekomst voorbereiden. En daar heb je creativiteit voor nodig. Dat is wat wij als cultuursector te bieden hebben: creativiteit om kids goed de toekomst in te helpen."

Marketing is mensen gelukkig maken

Onze keynote spreker van dit jaar is ook een oude bekende. Pim Halkes, voormalig hoofd marketing bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en nu senior adviseur bij Smart Connections, betoogde dat veel organisaties in de (amateur)kunstsector wat meer ‘klantverliefd’ mogen worden. Hij vergeleek het met een liefdesrelatie:

"Je luistert naar elkaar, je toont interesse in elkaar en je bent er voor elkaar. Dat zorgt er bij partners voor dat ze lang bij elkaar blijven. Bij organisaties is dat anders: klanten worden meestal alléén benaderd als er iets verkocht moet worden. Terwijl: als je investeert in je relatie met de klant, en als je weet waarom ze bepaalde keuzes maken en wat hen drijft - dan kun je hen echt in beweging krijgen."

Als je het zo aanpakt, kun je mensen met marketing gelukkig maken, legt Halkes uit. “Maar dan moet je dus wel in gesprek met je klant: waarom doe je wat je doet? Zo kom je erachter wat hem of haar gelukkig maakt, en wat jij daaraan bij kunt dragen.”

Lucas de Waard over amateurkunst

Schrijver Lucas de Waard las een aangepaste versie van zijn in 2016 verschenen artikel ‘Daar moet je wat mee doen’ voor.

"41% van de Nederlandse bevolking van zes jaar en ouder doet aan kunstzinnige of creatieve vrijetijdsbesteding. Het zijn hobbyisten, amateurs, het zijn liefhebbers. Ze bedrijven kunst omdat het ze gelukkig maakt. Omdat ze zich erin kunnen uiten, omdat ze zich ontwikkelen en daar voldoening uit putten, of gewoon omdat het iets totaal anders is als waar ze de rest van de dag mee bezig zijn. Ze zijn, in de eerste plaats, kunstenaar voor zichzelf. (...) En soms is waar je mee bezig bent simpelweg voldoende, omdat het je al brengt wat je zoekt."

Lees het volledige artikel op MEST

Workshops

Tijdens het tweede gedeelte van de dag konden deelnemers aan de werkconferentie kiezen uit zes verschillende workshops. We lichten er twee uitgebreid voor je uit.

Pim Halkes ging tijdens zijn workshop dieper in op de vraag hoe je gericht en succesvol innoveert op basis van de drijfveren van je doelgroep. Pim deelde zijn visie en zijn ervaringen van onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Muziekgebouw aan het IJ, Omroep Brabant en de bibliotheken in de provincie Utrecht.

André Merlijn (directeur Bureau Coen) liet zien hoe je kinderen en jongeren in beweging brengt. Tijdens de workshop kregen deelnemers tips en tricks over het bereiken en activeren van jongeren. Daarnaast ging André in op hoe hij met zijn bureau succesvolle projecten uitrolt voor zijn opdrachtgevers.

"Ik werk veel met kinderen en jongeren, maar het lukte me nooit zo goed om hun aandacht echt te vangen. Ik begreep nooit zo goed waarom: het is toch interessant wat ik doe? Door de workshop van André heb ik vertrouwen gekregen dat het ook anders kan. Door aan jongeren te vragen wat zij willen, bijvoorbeeld."
- Kunstdocent beeldend na afloop van de workshop

Ella Kuijpers en Joosje Duindam (beiden adviseurs bij Kunstloc Brabant) namen deelnemers tijdens hun workshop mee in het hoe, wat en waarom van een crowdfunding campagne als financieringsvorm voor je culturele project.

Teun van Irsel, (adviseur bij Kunstloc Brabant) en Marc Versteeg (dirigent bij Capella Brabant) gingen met deelnemers in gesprek over hoe het traject tot toekenning van impulsgelden bij Capella Brabant is verlopen. Waar moet je op letten en wat zijn belangrijke succesfactoren binnen een impulsgeldenaanvraag?

Uitgelicht | workshop door Edwin van der Zalm

Edwin van der Zalm (zelfstandig adviseur en manager) ontwikkelde een tool waarmee je effecten van een publieke dienst kunt meten.

“Waarom zou je eigenlijk effecten meten?”, trapt Edwin af. Het kan natuurlijk zijn, legt hij uit, dat je zelf wil weten wat je bereikt. Maar vaak vragen financiers en andere stakeholders van je project of organisatie ook om enige vorm van verantwoording. Zo’n effectmeting komt dan goed van pas.

“Ten eerste”, zegt Edwin, “is het heel belangrijk om vooraf duidelijk afspraken te maken. Wat denk je te bereiken aan het eind van het traject, hoe werk je daaraan en hoe toets je dat achteraf?” Gemeentes worstelen vaak met abstracte beleidsdoelen, zoals sociale cohesie. “Ze zijn er dan juist heel blij mee als je zelf met een concreet stappenplan komt.”

Maak het niet te groot

“Maar let op”, waarschuwt Edwin over één van de meest voorkomende valkuilen, “de te behalen effecten die je met de gemeente of een andere financier afspreekt, moeten wel haalbaar zijn. Veel organisaties gaan precies op dat punt de mist in.” Edwin werkt veel voor de bibliotheeksector. Om te illustreren wat hij bedoelt, haalt hij een voorbeeld uit die sector aan. “Stel: je traint een groep mensen, zodat ze zelf in staat zijn een sollicitatiebrief te schrijven. Dat kun je toetsen: voor de training hadden ze moeite met het schrijven van zo’n brief, en na de training lukt het ze beter”, legt hij uit. “Waar je géén invloed op hebt is of deze uiteindelijk aan een baan komen. Naast een goede sollicitatiebrief zijn er zoveel factoren die van invloed kunnen zijn. En daar kan de bibliotheek uit dit voorbeeld niet op afgerekend worden. Trap dus niet in de valkuil dat je een soortgelijk indirect effect in je projectplan benoemt. Dat soort effecten kun je als organisatie namelijk nooit aantonen.” Dus om het terug te halen naar de kunst- en cultuursector: je kunt wel zeggen dat mensen uit je wijk meer contacten hebben opgedaan (dat kun je met een simpel vragenlijstje voor en na de activiteit meten), maar je kunt nooit zeggen dat de sociale cohesie in de wijk is versterkt. “Dat kan alleen met longitudinaal wetenschappelijk onderzoek. En dan nog is het maar de vraag wat je precies meet. Dus het dringende devies is: houd de effecten dichtbij huis.” Indirecte effecten, zoals het versterken van sociale cohesie, kun je wel benoemen. “Voor een gemeente is het vaak wel belangrijk dat je hun beleidsdoelen noemt. Dus je kunt wel aangeven dat je activiteit waarschijnlijk bijdraagt aan meer sociale cohesie in een wijk. Dat versterkt je plan naar zo’n financier dan weer.”

Mooie anekdote

Dat klein houden geldt trouwens ook voor het aantal effecten dat je afspreekt. Vanuit enthousiasme of gedrevenheid zijn we soms geneigd om onszelf te verdrinken in bergen te behalen effecten, per project of activiteit. “Meestal zeg ik: houd het op ongeveer twee effecten per activiteit, dat is meer dan genoeg.” Ook zitten gemeenten vaak niet te wachten op ellenlange rapporten waarmee je je effecten verantwoord. “Mijn tip is: gebruik anekdotes uit je werkveld. Heeft een bepaalde deelnemer een mooie of bijzondere ontwikkeling doorgemaakt, die onderschrijft wat je voor ogen had? Haal hem of haar dan aan in je verantwoording. Persoonlijke verhalen zeggen vaak veel meer dan alleen maar cijfers.”

Uitgelicht |workshop door Lobke van der Sanden

Lobke van der Sanden (stadsprogrammeur Theater De Lievekamp) vertelde over het Theater van de Stad. In de crisisjaren vanaf 2012, toen er landelijk flink gekort werd op culturele gelden, was Theater De Lievekamp in Oss een deel van haar maatschappelijke rol verloren. Lobke: “In die tijd was het theater vooral bezig met overleven.” Maar in 2016/2017, toen de economie weer wat aantrok – net zoals het culturele klimaat – bedachten Coen (de toen net nieuwe directeur van De Lievekamp) en Lobke een plan. “Oss is een arbeidersstad, en er zijn heel wat kwetsbare doelgroepen die we gewoon niet bereiken”, vertelt ze. “Daar wilden we verandering in brengen.”

De basis voor het Osse idee kwam voort uit het Podium van de Stad zoals dat in Deventer bestaat. “Maar in Oss wilden we verder gaan dan dat. Naast gastprogrammeurs uit verschillende doelgroepen en culturen uit de stad, zoals in Deventer, geven we ook het podium aan mensen die normaal gezien nooit een podium zouden krijgen.”

Mooie anekdotes

Lobke praat snel en gebaart enthousiast. Inmiddels bestaat haar programmalijn Theater van de Stad ruim twee jaar, en het gaat goed. “Veel producties die we programmeren, ik denk zeker negen van de tien, ontstaan vanuit een lokaal initiatief. Gewoon, iemand uit de stad, met een idee. Voor mij laat dat mooi zien dat we inmiddels echt bekend als een plek waar iedereen terechtkan.”

Tijdens Lobkes workshop volgt het ene mooie voorbeeld op het andere, misschien nog wel mooiere voorbeeld. Zoals de samenwerking met het Verdihuis. “Het Verdihuis is crisisopvang in Oss met een zeer slecht imago. Zo slecht zelfs, dat huisartsen hulp weigeren aan iemand die daar verblijft. Mensen van het Verdihuis benaderden me: kunnen we niet een manier bedenken om van dat stigma en die vooroordelen af te komen?” Lobke schakelde een Osse regisseuse in, die verhalen ophaalde bij de bewoners van het Verdihuis. Vervolgens goot ze alle verhalen samen in een muziektheatervoorstelling. “Iedereen speelt een rol: vertelt zijn of haar eigen verhaal op een manier die het beste past. Zoals een dame met borderline en allerlei andere heftige zaken achter de rug. Haar grote passie is zingen: en bij ons stond ze werkelijk te stralen op het podium.” Een ander mooi verhaal was dat van Jerry, een stoere, potige autohandelaar die na een scheiding alles was kwijtgeraakt. “In eerste instantie zei hij: laat mij maar gewoon techniek doen”, vertelt Lobke. “Maar tijdens de repetities raakte hij vertrouwd en wilde hij toch iets schrijven. Nou, dat werd dus een gedicht van drie pagina’s. Hij wilde het niet zelf voorlezen, maar toen een ander het voor hem deed had ‘ie een hoop commentaar: ‘nee, zo moet dat toch niet’ enzovoorts”, zegt Lobke, breed glimlachend. “Uiteindelijk heeft hij het zélf voorgelezen. Hij vond het enorm spannend, maar toen hij klaar was: de man barstte in tranen uit. Zo bijzonder. Het was voor hem een heel waardevolle ervaring geweest, liet hij weten. Daar doe ik het wel voor hoor.” En of de voorstelling een beetje liep? “De voorstelling was meteen dik uitverkocht. Meteen een optie voor een extra avond genomen. Nou, en binnenkort gaat ‘ie nog in reprise. Daar heb ik de hele gemeenteraad voor uitgenodigd.”

Maatwerk

Theater van de Stad kan niet zonder subsidies uitgevoerd worden. De voorstellingen moeten laagdrempelig blijven, en daar hoort een lage ticketprijs bij, vindt Lobke. En bovendien moet alles wel goed geregeld zijn: theatertechniek, horeca et cetera. “Als je dat niet goed organiseert, dan wordt zo’n voorstelling van kwetsbare groepen nóg spannender. En we willen juist dat ze zich welkom bij ons voelen.” Het project is zo succesvol dat er ook wordt nagedacht om het concept overdraagbaar te maken naar andere gemeenten. Lobke besluit met een belangrijke tip: “Verdiep je echt in je stad: welke doelgroepen wonen hier? Welke behoeften zijn er? Wat hier in Oss goed werkt, kan voor een andere stad totaal niet succesvol zijn. Als je met het Theater van de Stad in je eigen gemeente aan de slag gaat, zorg dan wel dat het maatwerk is.”

"Dat enthousiasme van Lobke laat voor mij weer heel duidelijk zien hoe belangrijk het is om goede, energieke mensen in huis te hebben. Petje af!"
-Deelnemer na afloop van workshop ‘Theater van de Stad’

Meer weten over het Theater van de Stad? Lobke vertelt er graag meer over. Neem contact met haar op via Theater de Lievekamp.

Graag bedanken we iedereen voor zijn of haar aanwezigheid bij de Werkconferentie Amateurkunst

Heb je vragen over jouw werk in de amateurkunstsector? Neem dan contact met ons op.