Hij was slim, bij vlagen knap, slonzig en hoogpaternalitisisch. Waar in de 20ste eeuw de alfaman nog heer en meester van de literatuur was, lijkt een zelfbewuste, invoelende en tedere versie zijn plaats te hebben ingenomen. Deze man wordt steeds zeldzamer binnen de literatuur. Als schrijver én als personage. Hij wordt met uitsterven bedreigd, mede doordat de man niet meer leest, is verbannen naar de literaire marge. In 2024 werd ongeveer 75 procent van de Amerikaanse bestsellers in de categorie fictie geschreven door vrouwen. In 2004 was dat nog 50 procent.
Wie zijn plaats lijkt te hebben ingenomen, is de ‘sad boy’. Een zelfbewuste man die zich aandient in de literaire canon. Hij is invoelend en teder. Zijn werk leunt op persoonlijke ontboezemingen. Deze man schrijft niet vanuit zijn geslacht. Zijn privilege, neiging tot zelfverwoesting, ingekapselde viriliteit: hij kent al die gebreken, schaamt zich ervoor en zet ze om in kwetsbaarheid.