
Digitale transformatie is geen vraagstuk van de toekomst meer, maar een urgente opgave die nu om actie vraagt. Uit onderzoek onder kleine beeldende kunstorganisaties in Brabant blijkt dat bestaande subsidieregelingen onvoldoende aansluiten op de digitale behoeften en ambities van deze organisaties. Een andere aanpak van ondersteuning bij digitale transformatie is hoognodig.
Iedereen doet mee, ook het culturele veld
Digitalisering raakt aan alle facetten van onze samenleving, zo ook de kunsten. Een belangrijke pijler van de eerste Nederlandse Digitaliseringsstrategie (2018) is dan ook: ‘Iedereen doet mee’. Met deze strategie maakt het Ministerie van Algemene Zaken duidelijk dat digitalisering geen saus over een bestaande werkelijkheid is, maar een échte transformatie van allerlei activiteiten en processen in onze maatschappij, en dat digitale transformatie vraagt om continue bijscholing, ook voor beroepen buiten de ICT-sector. Deze snel veranderende wereld stelt de cultuursector voor nieuwe uitdagingen en brengt een publiek met andere verwachtingen met zich mee.
Van crisis naar kans
In Digitalisering als kans stelt de Raad voor Cultuur dat het belangrijk is om het digitale cultuuraanbod, dat tijdens de coronacrisis in een stroomversnelling terecht kwam, uit te blijven breiden. De raad ziet dat veel instellingen na de coronaperiode weer geheel terugkeerden naar ‘het oude normaal’, vaak omdat er geen middelen beschikbaar waren voor verdere digitalisering. De raad benoemt een aantal grote kansen op het vlak van digitaal, waaronder het vernieuwen van creatie, het verbreden van publieksbereik, het verdiepen van de bezoekerservaring en het vergroten van de economische wendbaarheid van de sector. Daarom pleit de raad ervoor om blijvend in digitale transformatie te investeren vanuit de sector en de overheid, en om reeds ingezette ontwikkelingen en verworven kennis niet verloren te laten gaan.
Ruimte voor experiment
Vanuit het provinciaal bestuur en verschillende gemeenten klinkt eenzelfde geluid: het belang van digitale transformatie wordt erkend, maar het onderwerp laat zich goed verbinden aan bestaande beleidsthema’s en bijbehorende instrumenten. Wanneer een maker of instelling wil investeren in digitale transformatie, kan dit als onderdeel van een projectplan worden meegenomen in een aanvraag.
Wat hierbij alleen over het hoofd wordt gezien, is dat makers en organisaties ruimte nodig hebben om te experimenteren met nieuwe digitale toepassingen. Wie bij een overheid financiering aanvraagt, moet vooraf al kunnen aantonen wat de output of impact van een plan zal zijn. Deze verwachting past bij het instrumenteel denken van het huidige politieke en maatschappelijke debat; van de overheid wordt op haar beurt namelijk ook verwacht dat zij de resultaten van haar investeringen in kunst en cultuur kan verantwoorden. Wanneer de inzet van kunst en cultuur een aantoonbaar positief effect heeft op bijvoorbeeld gezondheid, duurzaamheid of inclusie, is de kans om steun te ontvangen groter. Investeringen in experimentele trajecten die zich in de praktijk nog moeten bewijzen, vragen daarentegen om veel vertrouwen van de subsidiënt.
Geluiden uit het veld
De resultaten van een onderzoek onder tien kleine beeldende kunstorganisaties in Brabant bevestigen dat het huidige beleid onvoldoende ondersteunt bij het digitale transformatieproces van kleine instellingen. Het schort bij hen vaak aan budget, tijd en capaciteit om te experimenteren met digitaal in het maakproces, de risico’s van digitaal in beeld te krijgen en te verminderen, over te stappen naar een veiligere communicatietool of cloudopslagdienst, aan de slag te gaan met het verzamelen van publieksdata of de digitale vaardigheden van medewerkers en vrijwilligers te verbeteren, terwijl die behoefte er wel is:
"Bij Clublokaal hebben we de ambitie de digitale ruimte zo in te richten als de fysieke ruimte: open, toegankelijk en duurzaam. Daarvoor willen we in de toekomst graag bijvoorbeeld een eigen server hosten, waarop open source platforms kunnen draaien. Idealiter zou publiek hier ook toegang toe hebben. In de praktijk ontbreekt daar op dit moment de financiële middelen, tijd, kennis en infrastructuur voor." – Clublokaal, Breda
“Ik denk dat als het gaat om digitale toegankelijkheid, de ontwikkeling nu zo snel gaat dat het voor kleine organisaties moeilijk is om hier overzicht op te blijven houden. Je weet niet wat je niet weet. Je ziet overal dat landelijk beleid en wetgeving ook nog niet voldoende is. Natuurlijk is er gemak, maar implementeren kost geld. Die impact is groot, zeker als de behoefte van de organisatie groeit en de middelen schaars zijn.” – Grafisch Atelier, Den Bosch
Waar liggen de behoeften?
De bevraagde organisaties geven aan twee dingen nodig te hebben om hier stappen in te kunnen zetten: gerichte ondersteuning en concrete middelen. Onder gerichte ondersteuning verstaan zij vooral advies dat aansluit op hun specifieke situatie, terwijl concrete middelen vooral verwijzen naar geld om dit advies in praktijk te brengen. Een voorbeeld van gerichte ondersteuning zijn kennisvouchers voor begeleiding op maat door een coach. Over de inzet van deze vouchers geven de organisaties het volgende aan:
“We hebben eerder deelgenomen aan de VCO-regeling onder het ontwikkeldoel 'professionalisering', mede door dit traject zijn wij begonnen aan het digitaliseren van onze interne processen.” – Onterfd Goed, Eindhoven
“Kennisvouchers zijn belangrijk. We hebben in het verleden gebruik gemaakt van onder andere vouchers voor HR-beleid en die bleken erg waardevol te zijn. Implementatie en het up-to-date houden van HR-beleid kost tijd en geld, waardoor bijkomende middelen zijn gewenst zijn.” – Onomatopee, Eindhoven
Kunstloc aan zet
Met het oog op deze behoeften en de toenemende urgentie van digitale transformatie, richt Kunstloc zich mede op het bedienen van Brabantse makers en kleine organisaties die op het vlak van digitaal buiten het aandachtsveld van landelijke instanties vallen. Bijvoorbeeld middels het aanbod van workshops en een abonnement op de Publieksdata-tool. Kunstloc hoopt makers en organisaties bovendien te attenderen op de mogelijkheden binnen bestaande regelingen. Daarnaast wordt gesignaleerd dat aanvullende ondersteuning en middelen noodzakelijk zijn. Zodoende wordt op dit moment gewerkt aan de opzet van een reeks kennissessies, gericht op het loskomen van kleine organisaties en makers uit de greep van Big Tech. Ook werkt Kunstloc, samen met DEN en Cubiss, aan een pilot Versterken Digitale Transformatie, waarbij kennisvouchers kunnen worden aangevraagd voor de ondersteuning bij een digitaal vraagstuk.
Dit artikel is voortgekomen uit het stageonderzoek van Marit van Dijk.
Vragen over digitale transformatie?
Neem gerust contact met me op!