
Jongeren nemen vaker deel aan cultuur dan andere leeftijdsgroepen. Dat blijkt uit Waarde van cultuur 2026 én uit eerdere edities van dit onderzoek. Om de belevingswereld van jongeren beter te begrijpen zijn onderzoekers in gesprek gegaan met verschillende groepen jongeren.
Het blijkt dat jongeren vaak geen duidelijk onderscheid maken tussen culturele en vrijetijdsactiviteiten. Hoe kijken jongeren dan tegen cultuur aan? Wij vroegen fotograaf Wiosna van Bon een fotoserie te maken met portretten van een aantal jongeren. Delano (27) beet het spits af. In dit portret duiken we in de cultuuroefening van Noa (16) uit Rucphen.
Even nergens anders aan denken
School neemt veel van Noa’s tijd in beslag, ze zit in 6 vwo. Daarnaast speelt ze (meestal) meerdere keren per week dwarsfluit. Op donderdag speelt ze mee met het harmonieorkest in het dorp; daarnaast oefent ze thuis. In het weekend besteedt ze haar tijd aan huiswerk, werken, dwarsfluit spelen en afspreken met familie.
In vakanties heeft ze meer tijd en speelt ze ook toonladders en etudes om beter te worden. Doordeweeks speelt ze vooral om dat ze het leuk vindt en om te ontspannen. “Dat is het fijne eraan. Ik ben echt gefocust op de muziek en hoef dan even nergens anders aan te denken.”
Noa vindt vooral het geluid aan de dwarsfluit mooi. Ook de hoeveelheid concentratie die het instrument vraagt past bij haar. “Je moet genoeg moeite doen om je hersenen af te leiden van de dagelijkse sleur, maar het kost niet zo veel energie dat het vermoeiend is.”
De eerste keer dat ze mee mocht doen met het grote orkest weet ze nog goed. Het is echt een andere ervaring dan alleen spelen.
Jongeren en cultuur
Noa is één van de vele Brabantse jongeren die in hun vrije tijd muziek maken. In 2025 gaf 28% van de jongeren van 16 tot en met 29 jaar aan in het afgelopen jaar een instrument te hebben bespeeld. Daarmee ligt het aandeel onder jongeren een stuk hoger dan gemiddeld in Brabant (18%). Ook de frequentie is bij jongeren het hoogst: 11% bespeelt minimaal wekelijks een instrument, tegenover ongeveer 6% in de andere leeftijdsgroepen.
Uit werksessies met verschillende groepen jongeren komt bovendien naar voren dat samen muziek maken hoog op hun wensenlijst staat. Ook jongeren die nu nog geen instrument bespelen, geven aan dat ze dit graag zouden willen leren.
Tegenover dit potentieel zien we bij de amateurkunstverenigingen juist problemen rondom vergrijzing: driekwart van de Brabantse verenigingen noemt vergrijzing van het ledenbestand als belangrijkste knelpunt. Twee derde ziet de beperkte instroom van nieuwe leden als probleem. Hoewel het ledenaantal bij de meeste verenigingen groeit of stabiel blijft, blijft het een uitdaging om nieuwe, jongere leden te bereiken.
Goed gaan zitten voor een plaat
Noa luistert vooral naar muziek uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. Ze is fan van The Beatles, verzamelt platen en gaat graag samen met een vriendin naar platenzaken.
“Ik vind dat muziek uit die tijd meer betekenis heeft. Er is meer nagedacht over de lagen van de muziek en de instrumenten die worden gebruikt. En er wordt meer met echte instrumenten gespeeld dan dat het online gemaakt is. Dat vind ik mooi om te horen.”
Haar platenspeler heeft ze deels zelf gebouwd. De box waar het geluid uitkomt en de versterker maakte ze zelf. “Ik vind het een leukere ervaring om een plaat te luisteren. Doordat ik het deels zelf gemaakt heb en de handeling van het doen, in plaats van even snel muziek op te zetten.”
Ze zet ongeveer één keer per week een plaat op. “Als ik ernaar ga luisteren, ga ik er goed voor zitten. Ik wil er echt naar luisteren in plaats van dat het achtergrondgeluid is."
Samenspelen
Na haar muzieklessen begon Noa bij De Notenkrakers, een klein opstaporkest bij Harmonie NEO in Rucphen. Daar speelde ze samen met onder andere koper- en houtblazers en slagwerk. Inmiddels speelt ze samen met jongeren en volwassenen in het grote harmonieorkest met Sander van Dorst als dirigent.
“In het orkest is het echt een samenwerking van iedereen. Als je wat harder moet spelen, dan luister je naar de rest. Je moet op elkaar letten. Dat samenspelen vind ik het allerleukste. Je voelt je ook betrokken bij je omgeving door het orkest, omdat je dezelfde mensen hier in Rucphen ook weer in de supermarkt of op straat tegenkomt. En dan maak je wel een praatje.”
Weinig cultuur in Rucphen
Op school heeft Noa weinig muziekles gehad. “Volgens mij zijn ze dit jaar op school wel weer begonnen met muziekles, maar ik heb het nauwelijks gehad. Het is ook niet mogelijk om het als examenvak te volgen. Dat mis ik echt.”
Ook buiten school zou ze graag meer mogelijkheden dichtbij huis hebben. “In Rucphen wordt er vrij weinig, naar mijn weten, gedaan aan cultuur. Er is niet iets van een muziekfestival. Daarvoor moet ik buiten Rucphen reizen en dat is soms best wel onhandig. Vooral het reizen houdt me tegen.”
In Roosendaal zijn wel activiteiten, maar ook daar is bereikbaarheid soms een probleem. “Meestal is het te laat zodat ik er niet makkelijk heen kan met de fiets.”
Energie
Noa staat graag voor een publiek. “Mensen zien mij, maar ik voel daar geen spanning bij. Ook niet als ik alleen speel voor een publiek. Ik vind dat juist leuk, het geeft me energie.”











